Aller au contenu. | Aller à la navigation

Navigation

Navigation
Menu de navigation

Navigation

Vous êtes ici : Accueil / Loisirs / Culture / Musées / MiLL / NL / Idel Ianchelevici
Actions sur le document

Idel Ianchelevici

De permanente verzameling

Het Musée Ianchelevici bezit ongeveer tweeduizend tekeningen en tweehonderd beeldhouwwerken van Ianchelevici. Een veertigtal van deze gipsen, bronzen, marmeren, stenen en lemen beelden zijn tentoongesteld in de zalen. Dit chronologisch opgestelde ensemble laat toe de samenhang te ontdekken van het op de menselijke figuur gerichte oeuvre van de kunstenaar.

Sinds maart 2006 zorgt een originele op kleur gerichte scenografie ervoor dat de beeldhouwwerken nog beter tot hun recht komen. Iedere zaal is uitgevoerd in een harmonie van verschillende kleurschakeringen die nu eens de uitstraling van de werken versterkt en dan weer op symbolische wijze de context herschept waarin ze tot stand kwamen. Verlichting, sokkels en didactische voorzieningen bepalen mee de invulling van de ruimte.

Een nieuwe museografie maakt het bovendien mogelijk om de werken te bewonderen zoals Ianchelevici ze ontwierp. In de Afrikaanse zaal zijn Le Chasseur (De Jager), Le Pêcheur (De Visser) en Le Pâtre (De Herder) voortaan tentoongesteld in het midden van de ruimte. De verhoging waarop ze staan is geïnspireerd op de sokkel van het Stanleymonument in Leopoldstad waarop hun bronzen replica rust.

Het merendeel van de gipsen beelden die de genese van de creatie weerspiegelen, evenals de tekeningen, worden bewaard in de reserve. Giften en aanwinsten vullen de schenking van 1984 verder aan. De collectie werd daarnaast uitgebreid met een aantal nieuwe bronzen beelden, gerealiseerd door de vzw  Les Amis de Ianchelevici,  en met depots die terug in het bezit kwamen van het museum: dit is het geval voor twee belangrijke museumstukken: Hélène en Félice.

 

IANCHELEVICI
Biografische mijlpalen

Geboren in Leova, Roemenië in 1909.
Verlaat Roemenië om zich onder te dompelen in het West-Europese artistieke milieu, aankomst in Luik in 1928.
Teruggeroepen naar Roemenië om er zijn militaire dienst te volbrengen in 1929.
Keert terug naar België en vestigt zich in Luik in 1931. Schrijft zich hier in aan de Académie des Beaux-Arts en volgt er het atelier voor monumentale beeldhouwkunst van Oscar Berchmans.
Ontvangt de eerste prijs beeldhouwkunst in 1933. Treedt datzelfde jaar in het huwelijk met Elisabeth Frenay. Het jonge paar vestigt zich in Brussel.
Uitvoering van Le Plongeur (De Duiker) en zijn boog voor de Exposition Internationale de l’Eau in Luik in 1939.
1945, verwerft de Belgische nationaliteit. Het beeldhouwwerk L'Appel (De Oproep) wordt onthult in La Louvière.
Vestigt zich in Maisons-Laffitte in 1950.
Het Nationaal Monument voor de Politieke Gevangene wordt in 1954 opgesteld tegenover Fort Breendonk.
In 1956 voert hij de eerste van drie opdrachten uit die hem naar Congo zullen brengen. Realisatie van de modellen voor drie beeldhouwwerken bestemd voor het Stanleymonument in Leopoldstad.

Het monument Perennis Perdurat Poeta wordt in 1979 onthuld te Antwerpen.
1984, oprichting van de Fondation Ianchelevici in La Louvière. De stichting wordt eigenaar van tweehonderd beeldhouwwerken en van tweeduizend tekeningen. Schenking van een beeldhouwwerk en van zesduizend tekeningen aan de Université de Liège (Sart-Tilman).
In 1985 wordt het Centre Culturel Idel Ianchelevici opgericht in Maisons-Laffitte en opent een zaal gewijd aan de werken van de kunstenaar in het nationaal kunstmuseum van Boekarest.
Inhuldiging van het Musée Ianchelevici in La Louvière op 15 mei 1987.
De kunstenaar overlijdt in Maisons-Laffitte in 1994.
1996, opening van het Museum Ianchelevici te Goudriaan in Nederland.

 

Ianchelevici veelzijdig kunstenaar...

Ianchelevici Beeldhouwer


De expressionistische periode

In het begin van zijn carrière werkt Ianchelevici overwegend als boetseerder en modelleert hij zijn eerste ideeën voor composities in klei.
Tijdens de jaren ’30 concentreert de kunstenaar zich hoofdzakelijk op grote formaten. Zijn oorspronkelijke modellen, grote in leem ontworpen figuren, worden in verschillende delen verwezenlijkt: de benen, de romp en het hoofd, de armen. Voor het merendeel zijn ze afgegoten in gips met verloren mal.  De originele ontwerpen worden in één beweging in een mal gegoten die, voor elk deel, uit twee stukken bestaat. Vervolgens bewerkt de beeldhouwer het gips met de duim. De afdrukken zijn hier en daar duidelijk zichtbaar, net als de  insnijdingen van het mes of van het boetseerhoutje waarmee hij bepaalde effecten benadrukt.

De strijd van de arbeidersklasse en de erdoor opgewekte onrust dringen door tot in het atelier van de beeldhouwer. Ianchelevici gaat op zoek naar een beeldtaal die gestalte kan geven aan deze maatschappelijke aspecten. Hij laat zich inspireren door volkse, innerlijk gekwelde personages. Gedreven door zijn behoefte aan expressie, aarzelt hij niet om de gelaatstrekken van zijn expressieve modellen te accentueren.

Het merendeel van de werken uit deze periode zijn in gips uitgevoerd. 

De conservering van gipsbeelden
Omwille van hun broosheid worden gipsbeelden in de reserves bewaard. Deze ‘ateliervoorraad’ omvat alle ontwerpen, studies, maquettes, varianten en originele modellen die de kunstenaar een heel leven lang zorgvuldig bewaarde. Hoewel deze gipsbeelden lange tijd als ondergeschikt en als waardeloos beschouwd werden, zijn ze van cruciaal belang voor de studie van de beeldhouwkunst. Deze eerste scheppingsfase sluit immers het dichtst aan bij de intentie van de kunstenaar.

De bronssculptuur

Het omzetten van de geboetseerde modellen in metaal verschaft de kunstenaar ongekende esthetische mogelijkheden. Ianchelevici streeft onafgebroken naar vormzuiverheid en het brons biedt hem de mogelijkheid dit zo gegeerde evenwicht te bereiken: de proporties worden uitgerekt en de lijnen winnen aan zuiverheid. Armen en benen komen los van het lichaam waardoor open ruimtes ontstaan die de silhouetten een lichter karakter verlenen.

Dit najagen van de zuivere vorm wordt steeds belangrijker. In de jaren ’70 idealiseert Ianchelevici de ledematen van de modellen door ze te verlengen en te versoepelen wat het lineaire karakter ten goede komt. Brons laat bovendien toe om de beweging weer te geven en zorgt voor een dynamiek die in stenen beelden ontbreekt. 

Dat de kunstenaar graag inwerkt op het materiaal komt ook tot uiting in deze bronzen beelden. Net als een schilder die in de verf de afdruk van zijn penseel achterlaat, doet Ianchelevici de oppervlakken vibreren door bolletjes platgedrukte aarde aan te brengen waarop het licht inspeelt.

In de zaal met bronzen beelden kan de bezoeker de evolutie van de boetseertechniek volgen, van de jaren ’30 tot de jaren ’70. 

De volle maturiteit

Ianchelevici sculpteert kleine figuren in steen en maakt hiervoor gebruik van de taille directe, een directe houwmethode die hij aanwendt vanaf  1940. In tegenstelling tot de boetseertechniek die toelaat naar hartelust wijzigingen aan te brengen door materiaal weg te nemen of toe te voegen, kan hij bij het rechtstreekse houwen niet meer terugkeren tot de oorspronkelijke vorm. 

Deze techniek ligt ongetwijfeld aan de oorsprong van een nieuw ruimteconcept. De figuren keren zich in zichzelf en de compacte massa van het steenblok vult de grote openingen tussen de ledematen op. Bovendien legt de moeizaamheid van het bewerken van steen een vormvereenvoudiging op. De ledematen worden langer en de oppervlakken glad, terwijl de sculpturen een spiritueler karakter krijgen.

Ianchelevici begint daadwerkelijk in marmer en zandsteen te werken vanaf 1945. Doorgaans is de vorm van het steenblok bepalend en onderwerpt de kunstenaar zich hieraan. Hij stelt zich tot taak het contrast te benadrukken tussen de ruwheid van de onbewerkte steen en het glanzende aspect van de huid. Ianchelevici bewonderde Michelangelo en Auguste Rodin die reeds voor hem experimenteerden met het tegenover elkaar stellen van deze houwfases.

In dezelfde periode duikt ook een nieuw thema op. De beeldhouwer inspireert zich voortaan op jeugdige modellen. De gekwelde, ietwat zware mannenfiguren met gedetailleerde musculatuur worden vervangen door heel jonge personages, soepele meisjessilhouetten met ontluikende vormen. Deze langgerekte en uitgepuurde lichamen vragen om een nieuwe benadering. Ze verliezen gaandeweg aan densiteit maar winnen aan harmonie.

De nood aan expressie dwingt de kunstenaar tot een voortdurende bedrijvigheid. Hij onderwerpt zich aan de strenge discipline van het werken met de beitel, blijft de vorm  vereenvoudigen en schematiseert de gelaatstrekken. De volumes zijn voortaan nauw verbonden met het materiaal. De figuren lijken te ontspringen aan het gesteente en komen tot ontplooiing, vrij en delicaat, naarmate ze zich losmaken van het steenblok. 

Het museum stelt zeventien beelden in taille directe tentoon, waaronder enkele monumentale werken. 

Ianchelevici tekenaar

Ianchelevici beschouwt de tekening niet als een voorbereidende studie  voor een sculptuur maar als een kunstwerk op zich. Tot het einde van de jaren ’50 tekent hij met potlood, daarna werkt hij met Oost-Indische inkt, en soms zelfs met een viltpen. Deze twee grafische  uitdrukkingsvormen, de ene nerveus expressief, de andere meer lineair en beheerst, vallen samen met zijn twee grote driedimensionale periodes.

Ianchelevici tekent als een beeldhouwer. Hij benadert de grafische vormgeving in termen van volume en ruimte. Zijn tekeningen kenmerken zich door een grote spaarzaamheid van middelen: een eenvoudige lijn schetst het silhouet van het model zonder enig spoor van correctie.
De kunstenaar heeft tal van tekeningen meegebracht van zijn reizen in Afrika. Stuk voor stuk getuigen ze van een indringende observatie van het model. Met merkwaardige trefzekerheid legt de kunstenaar in enkele lijnen een hele etnie vast. Meestal gaat het om portretten, moeder met kindvoorstellingen en taferelen uit het dagelijkse leven. De figuren duiken doorgaans geïsoleerd of in kleine groepen op en zijn vaak naakt. De anekdote of het decor primeert nooit op het eigenlijke thema.
Als uitmuntend portrettist tekent Ianchelevici allerlei belangrijke figuren uit de politieke, artistieke en literaire wereld in België en in het buitenland. Deze op eigen initiatief of in opdracht verwezenlijkte portretten getuigen van een reële verstandhouding tussen de kunstenaar en zijn model.

De kunstenaar was buitengewoon productief. Zo telt het museum van La Louvière tweeduizend en de Université de Liège zesduizend grafische werken. Daarnaast maken vele tekeningen deel uit van privé-verzamelingen.
Omwille van hun fragiliteit worden de ongeveer tweeduizend tekeningen van het Musée Ianchelevici in kartons bewaard. Ze worden bij toerbeurt aan het publiek getoond in de twee gedeeltelijk aan de tekeningen gewijde  zalen. 

Ianchelevici en de filatelie

Ianchelevici illustreerde meerdere Belgische en buitenlandse zegels. 

1962: eerste Belgische postzegel van de kunstenaar. De handen zijn een aandenken aan de slachtoffers van de concentratiekampen. 

1963, 8 mei: uitgave van twee speciale postzegels ter waarde van 3 en 6 Belgische frank als hulde aan de Acht-Mei-Beweging. Tekening van een naakt kind dat uit een korenveld stapt. 

1963: de posterijen van de voormalige Duitse Democratische Republiek geven een postzegel uit met de voorstelling van  het Fort van Breendonk, en een kaart met envelop. Eerste Dag van Uitgifte, een muntstempel met Le Résistant (De Verzetsstrijder ), het Nationaal Monument voor de Politieke Gevangene.

1970: de Belgische post brengt hulde aan Hare Majesteit koningin Fabiola. Een portret in potlood van de koningin illustreert deze zegel ter waarde van 40 centiemen en de kaart Eerste Dag van Uitgifte. 

1972: het beeld L’Appel (De Oproep) wordt afgebeeld op een speciale kaart Eerste Dag van Uitgifte, uitgebracht ter gelegenheid van een voorverkoop georganiseerd in La Louvière voor de 35ste verjaardag van de Club Philatélique du Centre.

1973: de bronzen buste van Louis Piérard versiert een speciale postzegel ter waarde van 4 frank.

1979: de Regie der Posterijen geeft een speciale postzegel uit van 6 frank ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de oprichting van het Nationaal Monument voor de Politieke Gevangene van Breendonk, evenals een envelop Eerste Dag van Uitgifte. 

2003: de Roemeense post geeft drie zegels uit ter gelegenheid van de retrospectieve gewijd aan Ianchelevici in het nationaal museum van Boekarest. Een van de zegels toont de beeltenis van de kunstenaar, de twee andere zijn geïllustreerd met de tekeningen van een dier en van een vrouwenfiguur.

2004: de Belgische post en Romfilatelia geven gelijktijdig twee zegels uit: de Belgische zegel is geïllustreerd met het beeld van L’Appel (De Oproep); op de Roemeense zegel is het monument Perennis Perdurat Poeta afgebeeld.

Ianchelevici en de numismatiek


Ianchelevici verwezenlijkte een twintigtal medailles en medaillons, zowel op eigen initiatief als in opdracht. 

Vermeldenswaardige gerealiseerde medailles zijn onder meer deze van August Vermeylen, 1942; Robert Vivier, 1945, Paul Struye, ter ere van diens vijftien jaar voorzittersschap van de Senaat, 1969; Jean Cassou, 1976, van Boudewijn, koning der Belgen voor zijn vijfentwintigjarig bewind en acht jaar later, een medaille met de titel Belgica, 1982, besteld door Propost; verder de medailles ontworpen voor Les Oiseaux (De Vogels), 1942; Les Neuf Provinces (de Negen Provincies), 1949; Les Liseuses (De Leessters), 1965; Le Résistant (De Verzetsstrijder), geknield maar nooit op de knieën, 1970.